Onderwijsisleuk

Educatieve kater

juni 10, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Recycling?

Vandaag was het weer de traditionele Tweede Pinksterdag. Een rustdag om uit te rusten van het feest van de geest.
Gewoontegetrouw wordt er vroeg opgestaan, waarna (zo nodig gewapend met paraplu en regenjas) de reis wordt aangevangen naar de Pinkstermarkt. Gelukkig bleken de regenattributen ditmaal overbodig, want de zon verwarmde de vroege vogels al direct. Dat is maar goed ook, want op zo’n Pinkstermarkt is het slecht toeven.

Wie naar binnen (= een buiten achter het hek) wil moet betalen. Daarna wordt men gebrandmerkt met een stempel (ik heb horen verluiden dat er ooit sprake is geweest van het oormerken van bezoekers, maar daar is voorlopig, gezien de kosten, vanaf gezien). Gestempeld en al betreden mijn voruw en ik het heilige (en ditmaal droge) marktgras. Een onvoorstelbaar fenomeen ontvouwt zich voor onze ogen!
Tientallen vroege vogels hebben de mooie grasmat bedekt met kleedjes, tentjes, overkappingen en parasols. De grond is bedekt met rommel in diverse gradaties: van gewone, overbodige spullen tot de meest afschuwelijke troep, die je je schoonmoeder nog niet eens wilt geven.
Al die spullen worden bewaakt. Vrouwen, die enthousiast de rotzooi staan aan te prijzen. Mannen die zich onverschillig achter de troep verschuild hebben. Mannen die, als waren ze hun eigen bouvier, hun spullen bewaken als zouden dieven er mee heen willen vlieden. Vrouwen, die je aankijken met een omfloerste blik, waarmee ze willen zeggen: alsjeblieft, koop, want dan ben ik van de spullen af en kan ik, liefst nu, al naar huis…

Het publiek: al even bijzonder. Je struikelt over verdwaalde kleine kinderen. Kinderwagens drukken voortdurend ‘per ongeluk’ in je hakken.
Rijen dik staan ongeïnteresseerden bij de enkele doos met boeken, en ze blijven er staan, he, ook als jij er even bij wilt. Rollators, die hele volksstammen ophouden. En net als je denkt: nu kan ik even tempo maken, staat de familie Bunt midden op het pad stil om eens uitgebreid de BBQ van gisteravond te bespreken.

Heerlijk, zo’n Pinkstermarkt. Wat een gedoe. ’t Is dat mijn vrouw zoveel interesse heeft voor ouwe troep, anders…. zou ik ook gaan. Scoor altijd wel een boek!

De kat vindt het ook leuk. Allereerst kan ze langer uitslapen, de kunst die ze het best beheerst. Ze hoeft er ook de Bond van Vrije Siamezen er niet bij te halen. Immers: het is haar troep niet.
En als wij binnen stappen met nog meer aangekochte hebbedingetjes mag zij ze controleren op bommen, etc. Immers: je bent Siamees of je bent het niet.


juni 2, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

SvhO, inspectiekwaliteit

In Trouw van 1 juni 2019 staat een boeiend artikel van een stel ouders, dat, tijdelijk als ondernemers wonend in China, op zoek is naar een passende basisschool. Het is hen in elk geval al duidelijk geworden dat de prestatiedruk op gewoon openbaar onderwijs in Shanghai extreem hoog is (niet geschikt voor hun kind). Je moet het artikel zelf maar nalezen als je dit interessant vindt, maar ik pik er wat anders uit. De Chinese overheid heeft doelen gesteld voor het land (het wil een economische reus worden) en het onderwijs moet er van jongsaf op gericht zijn die doelen te halen. Kom daar eens om in Nederland, waar ouders van school verlangen dat school school is en huiswerk zich moet beperken tot een enkel lesje.

Wat heeft dat te maken met inspectiekwaliteit? De Nederlandse onderwijsinspectie maakt in elk SvhO-rapport gewag van PISA-vergelijkingen (ik noemde het al in mijn vorige blog, waarin beschreven de conclusies van de Commissie Steur).
Raad nu eens welk land zeer hoog genoteerd staat in dat PISA-lijstje…. China!
De inspectie meldt ons jaarlijks dat Nederland verder weg zakt op de PISA-lijst. En dat kan ook niet anders, inspectie. Want: als Nederland dichterbij de PISA-top-3 moet komen, dan MOET de prestatiedruk omhoog, en geen klein beetje ook. Geen school en geen ouder wil de situatie zoals die in China is, waar kinderen zelfs pas om half elf ’s avonds naar bed gaan (als het huiswerk er op zit), ja zelfs al zijn ze nog maar 8-9 jaar oud…

Nee, dat soort informatie verstrekt de Nederlandse onderwijsinspectie niet in de overzichten. Onwelgevallige informatie? Onwetendheid?
China staat trouwens niet alleen hoog in de top-3 van PISA-landen, het staat OOK in de top-3 van landen met het hoogste zelfmoordpercentage. Niet mee kunnen komen is daar een belangrijke reden van…

Ik vraag aan de minister om nu ook eens serieus werk te maken van al dat zogenaamde (maar twijfelachtig onderbouwde) cijfermateriaal van de onderwijsinspectie. En laat hij dan niet uitsluiten dat zo’n onderzoek wel eens zou kunnen bewijzen, dat onze onderwijsinspectie een slecht cijfer verdient….

Mijn kat, mijn geliefde Siamees, bevindt zich vaak in de bovenste afdeling van haar persoonlijke PISA-toren, de krabpaal. Van die plek heeft zij een goed overzicht over, maar ook een gefocuste blik op de wereld beneden zich. Ze heeft het allang door: je scoort geen vogeltje op je PISA-plek, voor zo’n vangst moet je aan het werk. Serieus aan de bak, inspecteurs!

mei 12, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Verder met SvhO 2019, nr 4

In ‘De staat van het onderwijs 2019’ spreekt de onderwijsinspectie haar zorgen uit over het lerarentekort, dat uiteindelijk de kwaliteit van onderwijs uitholt.
Het is 2019. Bijna elk jaar komt er zo’n inspectieverslag uit. Wie de verslagen van de voorgaande jaren doorzoekt op dit onderwerp komt het onderwerp bijna niet tegen.
Dat is frappant, niet waar? Vanuit het onderwijsveld wordt al jaren voor dit tekort gewaarschuwd. De onderwijsinspectie noemde het echter zelden, en dan nog niet eens dringend! Ook nu wordt dit onderwerp slechts in de context van onderwijskwaliteit gezet, terwijl dat nog niet eens de hoofdzaak is. Dat tekort is in sommige delen van het land inmiddels zo opgelopen dat op zulke plekken het realiseren van onderwijs überhaupt al het probleem is. Maar: daar komt nog een probleem bij, en dat lezen we elders!

Onder de titel: ‘Passend onderwijs put leerkracht uit’ publiceert het Onderwijsblad, mei 2019, van de Aob zorgelijke cijfers.
‘Volgens recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO kamp bijna een kwart van de medewerkers in het onderwijs met burn-out-klachten. Ruim 40 procent van de werknemers voelt zich ‘leeg aan het einde van de dag’. Een en ander kun je nalezen op Burn-out Onderwijs.

In een blog van Meulenberg Coaching wordt uit de doeken gedaan waar de oorzaken te vinden zijn: ‘Waarom branden leraren op?’
Laat nu een behoorlijk aantal van de genoemde factoren met name vanuit Den Haag te worden veroorzaakt. Administratielast (om aan de onderwijsinspectie bewijs televeren voor kwaliteit), allerlei maatschappelijke vraagstukken die over de schutting worden geknikkerd (waardoor de kerntaak wordt vertroebeld), te weinig handen in de klas, toegenomen werk door Passend Onderwijs en aantasting van arbeidsvoorwaarden en beroepseer.
De onderwijsinspectie kan zich daarom alvast serieus druk gaan maken over het onderwerp ‘Lerarentekort’. We zullen er de komende jaren fors last van krijgen: niet alleen tekorten moeten worden opgevangen, ook het ziekteverzuim zal drastisch oplopen bij ongewijzigd beleid.

Gelukkig was daar de commissie Steur. Die heeft in elk geval duidelijk gemaakt dat de onderwijsinspectie niet goed om kan gaan met kwaliteitscijfers. Ze zal er dus goed aan doen eerst maar eens te leren lezen en rekenen!

Mijn kat zal zich in heet geheel niet druk maken over dit onderwerp. Het territorium wordt goed bewaakt, niemand die wat over de schutting gooit, geen administratieproblematiek, etc. Siamees met een goeie bond!



mei 6, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

De staat van het onderwijs 2019, deel 3

We kennen al geruime tijd de uitgaven van de onderwijsinspectie, onder de naam De staat van het onderwijs. In april jl kwam de studie voor 2019 uit. Opnieuw spreekt de inspectie zorgen uit over de kwaliteitsverslechtering van ‘het onderwijs’, naast dat er nu ook zorgen worden geuit over ‘het lerarentekort’.

Terwijl mijn onderzoek naar de inhoud van het rapport gaande is (ik ben namelijk van mening dat de feiten niet altijd voor zichzelf spreken en de onderwijsinspectie eenzijdig gericht is op cijfertjes en meetbaarheid) kwam dezer dagen ook een ander rapport uit, namelijk dat van de Commissie Steur. Die commissie is vermoedelijk niet zo heel erg bekend, maar juist ook in het kader van mijn onderzoek wel bijzonder.

De commissie Steur heeft onderzocht, in opdracht van de Tweede Kamer, of het juist is dat de examenresultaten in het VO structureel dalen en wat daar dan de oorzaak van kan zijn (kijk, dat is interessant, want de onderwijsinspectie heeft het immers ook over structureel dalende onderwijsresultaten in het PO).

Wel, wat concludeert de commissie Steur? ‘De resultaten op het centraal examen (CE) over de afgelopen tien jaar zijn stabiel en deels verbeterd; dit laatste met name door het toegenomen belang van het CE.’
(CE = Centraal Examen). Daarnaast constateert de commissie ook dat de resultaten van het Schoolexamen (SE) stabiel of licht stijgend zijn.
Tot slot wordt vermeld dat de commissie de onderwijsinspectie verwijt op onjuiste wijze met conclusies uit PISA-onderzoek om te gaan.

Kijk, kijk… De onderwijsinspectie concludeert dus al jaren op rijen onjuist, waar het gaat om resultaten in het VO, dat er sprake is van dalende resultaten, domweg omdat ze met verkeerde cijfers en vergelijkingen werkt (iets wat ik eerder al constateerde in ‘Dalende prestaties: feiten of fabels?‘, waar het ging om resultaten in het PO).

Het rapport van de commissie Steur is te vinden op: Vaardigheidsontwikkelingen volgens PISA en examens
De brief van de commissie aan de minister heeft nu, naar ik hoop, resultaat, waar het gaat om de aanpak van de onderwijsinspectie. Het gemillimeterd met cijfertjes (die slechts door echte deskundigen zijn te vergelijken) leveren al jaren twijfelachtige rapportages op, met als resultaat fixatie op slechts de hoofdvakken, en onjuiste gevolgtrekkingen. Het gevolg is dat burgerschaps-ontwikkeling, creativiteit etc. onvoldoende tot zijn recht komt.
Waarvoor dank, onderwijsinspectie!

april 28, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

De staat van het onderwijs 2019, deel 2

Op 10 april publiceerde de Onderwijsinspectie het rapport ‘De staat van het onderwijs 2019’, met daarin haar conclusies over het onderwijs in het schooljaar 2017-2018. Dit rapport kun je nalezen op (RAPPORT).

Laat ik beginnen met een samenvattende gedeelte, gevonden op de betreffende website (Inspectie):
Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen. Om alle leerlingen en studenten een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs in De Staat van het Onderwijs 2019.

Het is duidelijk; er is een zorgelijke situatie, die aandacht behoeft (dat is trouwens niet nieuw, dat gaf de versie van 2018 ook al aan). De inspectie geeft aan dat het tijd wordt voor focus op gezamenlijke doelen en ijkpunten, met name gericht op de arbeidsmarkt. Verder is het tijd voor het evalueren van de effecten van ‘vele experimenten’ (aldus het voorwoord).

Nieuwsgierig als ik ben lees ik daarom door in hoofdstuk 1.1. Nu wordt het toch wel enigszins raadselachtig, want daar valt te lezen:
– aansluiting op arbeidsmarkt voor Nederlandse jongeren is goed
– weinig kennis socialisatie en burgerschap
– meer diploma’s op hoger niveau
– gebrek aan consensus over ijkpunten vernieuwend curriculum
In hoofdstuk 1.2.1 lezen we dat er veel variatie in aanbod is, meer profilering in onderwijsaanbod, en dat de OESO het innovatief vermogen van Nederlands onderwijs hoog noemt.Al met al staan daar dus nogal wat zaken genoemd die juist positief zijn over het onderwijs in Nederland.

Typisch. Daar waar scholen zich dus langzamerhand ontworstelen aan de eenheidsworst (gebaseerd op inspectietoezicht en CITO-dwang) en werken aan een breder aanbod, gericht op aansluiting op de arbeidsmarkt, wil de inspectie naar ‘ijkpunten’. Is dat niet vooral eigen belang van de onderwijsinspectie? Immers: de werksamenleving, verandert in hoog tempo en daarin passend onderwijs zal steeds minder meetbaar zijn (in onderlinge vergelijking)….

Eén zorg deel ik met de inspectie: minder kennis van socialisatie en burgerschap. Laat de inspectie (overheid) zich dat nu vooral zelf aan kunnen rekenen. Immers: er is in het toezicht jarenlang extreem nadruk gelegd op reken-, taal- en leesvaardigheden. Je kunt leraren/scholen niet kwalijk nemen dat zij daar dus meer aandacht voor hebben gegenereerd (geheel tegen eigen taakbesef in, want het is de leraar zelf die zich terdege bewust is van de betekenis van onderwijs, namelijk: begeleiding op weg naar volwassenheid; dat is meer dan slechts het aanleren van technische vaardigheden).

In het volgende deel gaan we nog eens na wat de commissie Dijsselbloem constateerde, en hoe vervolgens onderwijsbeleid is gewijzigd…. of niet.

april 15, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

De staat van het onderwijs 2019 1A

Het is weer april. In die maand kunnen we het rapport van de onderwijsinspectie tegemoet zien….: De staat van het onderwijs’.
What’s in a name, zou je kunnen denken (maar goed, niet meteen al te negatief insteken). Vorig jaar had ik nogal wat kritiek op de ronkende taal en het volslagen gebrek aan waarmaken daarvan.

Voordat ik dit jaar eens wil kijken naar de inhoud van het flinke boekwerk, dat de onderwijsinspectie dit keer produceerde wil ik graag eerst wat geschiedenis boven halen. Geschiedenis is een mooi vak. Je kijkt naar het verleden en probeert o.a. te ontdekken welke lering tot welk gevolg heeft geleid.
In 2008 produceerde de Tweede-Kamer-commissie ‘Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen’ het rapport ‘Tijd voor onderwijs’. De commissie had hiervoor flink onderzoek verricht in het onderwijsveld. Nu is het interessant om, met de conclusies van dit onderzoek in de hand, eens te kijken naar het nieuwe rapport van de Onderwijsinspectie. Daarbij is de vraag belangrijk welke effecten uit het rapport van de commissie-Dijsselbloem’ vindbaar zijn in dit rapport.

Nemen jullie me nu niet kwalijk dat ik het commissierapport hier niet integraal vermeld (je zou er een hele avond zoet mee kunnen zijn). Ik heb wel de hoofdconclusies hieronder opgesomd, maar je zult zelf met de samenvatting nog even op zoek moeten naar de onderliggende oorzaken.

De commissie concludeerde in grote lijnen dit:

-De overheid heeft kerntaak, namelijk het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, ernstig verwaarloosd:
– Op dit moment is er grote onrust binnen het onderwijs en toenemende maatschappelijke zorg over de onderwijsresultaten
– De overheid heeft zich, soms tot in het klaslokaal, bemoeid met de didactiek.
Zowel voor het herstel van het maatschappelijk vertrouwen in het onderwijs, als voor het herstel van het vertrouwen vanuit het onderwijs in de overheid, is een nieuwe, heldere afbakening van verantwoordelijkheden dringend noodzakelijk.

Mbt onderwijsvernieuwingen stelt de commissie:

  • Analyse van problemen schoot tekort
  • Grote risico’s genomen met kwetsbare leerlingen
  • Verantwoordelijke bewindslieden vertoonden een tunnelvisie
  • Politiek draagvlak belangrijker dan draagvlak in onderwijs
  • Overeenstemming met het onderwijsveld werd bereikt met de beroeps vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Zij leken daarbij dichter bij de politiek te staan, dan bij hun eigen achterban. 
  • Docenten, ouders en leerlingen onvoldoende gehoord in ‘onderwijspolder’
  • Veel beleidskeuzen werden bepaald door het financiële kader
  • Parallelle ingrijpende veranderingen doorkruisten de vernieuwing
  • Didactische vernieuwingen werden als verplicht ervaren
  • Forse aanpassing in regelgeving achteraf
  • Te veel waarde gehecht aan goede positie Nederland op internationale ranglijsten
  • Wetenschappelijke onderbouwing ‘nieuwe leren’ ontbreekt grotendeels
  • De wijze van invoering ‘nieuwe leren’ risicovol

De samenvatting van dit rapport uit 2008 kun je vinden op:
https://www.parlement.com/9291000/d/svrapportonderwijs.pdf

Laat ik, voordat ik morgen verder ga, nog even wat personen bij hun naam noemen, zodat het ons niet ontgaat wie we tegenwoordig ook nog ‘in het circuit’ tegenkomen:

In 2008 kwam je ook deze personen tegen:
Minister van Onderwijs: Ronald Plasterk, met secondant André Rouvoet
Halbe Zijlstra, Min Onderwijs vanaf 2010
2001-2007: Mr. drs. Kete (Catharina) Kervezee (1948), hoofdinspecteur onderwijs
Michel Rog, voorzitter OCNV (2008-2012)
Walter Dresscher, voorzitter Aob in 2008
En ook toen had je de zogenaamde ‘Onderwijsspecialisten’ ….
Bij het ‘bestuderen van’ komen we deze mensen weer tegen (waarbij blijkt dat politiek kortzichtig is).

In het volgende blog loop ik ‘De staat van het onderwijs 2019’ door, met in het achterhoofd de conclusies van de commissie Dijsselbloem… Proef de conclusies van de commissie eens. Kijk wat je herkent….
Eens kijken of het zin had, zo’n Parlementair Onderzoek….

april 7, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Het kan verkeren

Ruim een etmaal geleden heb ik jullie deelgenoot gemaakt van mijn ervaringen in Friese streken, alwaar de koude wind mij tot op het bot verkleumde.

Ik wil er nu wat aan toevoegen. Mijn respect voor èchte Friezen is daar, in Bakkeveen, gegroeid. Torenhoog. Wie in zo’n streek kan wonen en dan geen spier vertrekt: dat is nog eens karakter! Nu begrijp ik ook dat zo’n slag volk zich temidden van langsrazend verkeer op een snelweg begeeft om softe zwarte-piet-bestrijders de doorgang te blokkeren. IJskoud zijn ze, die bewoners van onze noordelijke streken!

Inmiddels ben ik weer op eigen honk. Vandaag zit ik wèèr buiten. De zon warmt mijn nog steeds koude gestel op tot behoorlijke temperaturen (hoop ik). Ondertussen dwalen mijn gedachten nog even terug naar gisteren, naar Bakkeveen.

Nog nooit in mijn leven ben ik op zo’n grote spullenmarkt geweest. Mijn eigen prullen besloegen nog geen 0,01 % van het totaal. Files en files bekropen het Bakkeveense, anders een oord van koude rust. Van heinde en ver trokken (ook buitenlandse) volksstammen voorbij, die in Fries, Duits, Engels en zelfs Nederlands zich goederen lieten aansmeren, dan wel lang gezochte spullen vreugdevol opdiepten om er daarna grof geld voor te betalen. Dat laatste helaas alleen bij buurkramen.

Tot op het bot verkleumd, hoestend en blaffend, mocht eindelijk het restant weer aan kant, en vertrok ik huiswaarts. Nog amper het Bakkeveens grondgebied verlaten bleek daarbuiten de zon te schijnen.

Nu zit ik in mijn tuin, mij warmend aan de zon. Ik kan mij nog steeds niet aan de gedachte onttrekken dat ik mij gister op een verkeerde plek bevond: Bakkeveen. Zou het daar aldoor zo stervenskoud zijn?

april 6, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Relatiebinding op de spullenmarkt…

Daar sta je dan. Zaterdagochtend 05.15. Brood smeren. De vrouw heeft tot actie opgeroepen: naar de rommelmarkt! In Bakkeveen. Geen idee waar dat oord van haar verrukking moet liggen. Ik ben slechts auto-in- en uitpakker, en daarnaast chauffeur.

07.15 uur. Ik weet waar Bakkeveen ligt. Niet in Gelderland dus. Ergens tussen de Friesche Heidegronden. En daar is een openlucht-markt. En geen marktje, zeg. Het lijkt er op dat heel Nederland z’n zolder-opruimingen hier aan de man brengt. Tjonge, jonge: honderden kleedjes met meer of minder troep (en… spullen).

Daar sta je dan. Op je vrije zaterdagmorgen in de binnenlanden van Bakkeveen. Een kleed vol spullen en een koude wind. 8 uur in de ochtend. En de vraag of je niet van lotje getikt bent. Op je vrije zaterdagochtend…

Ik bedenk me om 8 uur, als mijn kleedje ook gelegd is: ik had nu in mijn warme bed kunnen liggen. En dan straks een eigen ontbijtbuffet klaarmaken.

Maar ik zit dus nu in Bakkeveen. Op de spullenmarkt. Met mijn vrouw, dat wel. En dat is ook wat waard. En zo eindig ik dan ook: samen gezellig op de spullenmarkt in Bakkeveen!

maart 31, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Kolder in de kop

Misschien ken je het wel. Rij je rustig op de rechterstrook van een Duitse autobahn. In de achteruitkijkspiegel zie je in de verte een stip, dus denk je: ik kan nog wel inhalen. Net als je bedaard je vinger op het pookje van de knipperlichten drukt zie je een flits, en daarna nog slechts een stipje in de verte. Wat was het? Een Porsche, een Ferrari?
Die belevenis….

Ik ben aan het werk in de tuin. De zon schijnt, de vogeltjes fluiten, tussen mijn vingers door glipt een worm snel weg. Vaag gaan er wat werk-muizenissen door het hoofd. Plotseling verschijnt er van links een schaduw, die daarna rechts weer wegschiet. Wat was dat?

Ah, de kat. Het beest heeft weer eens de kolder in de kop. Van links naar rechts knalt ze door de tuin, onder struiken, met een sprint het huis en de gordijnen in…. Compleet gestoord.
Na nog een rondsnelgang staat ze hijgend naast me stil, met zo’n blik van: ‘Zag je me? Knap, he?’

Dat vraag ik me nu af. Zou het werkdruk zijn? Enne… is dat dan over als je een rondje om de school rent? Of heeft het beest, net als ik, last van muizenissen (dat is best voorstelbaar bij een kat, toch?), en rent het daarom zo hard rond?
Loopt het misschien bij de Bond van Vrije Siamezen ook niet goed en vallen er gedwongen ontslagen? Is er soms sprake van een kat met ADHD? Of is het beest boos om reacties op social media?

Waarom ik dat noem? Als je ziet welke bagger politici over zich heen krijgen op Twitter… Als je leest hoe mensen al scheldend anderen de mond snoeren… Je zou bijna denken dat heel Nederland inmiddels in de gordijnen zit….
Twitter, Zoover, Facebook, etc: ik denk dat ik in hoog tempo mijn interesse in meningen van anderen aan het verliezen ben….

maart 26, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Ik weer….

Zal ik beginnen met: zie je wel? Flauw. Dat doe je niet. Toch?

Afgelopen week: een boeiend gebeuren, zo’n verkiezing. Peilingen vooraf, opkomst voldoende?, praatjes-voor-de-vaak, spotjes op TV… verbazingwekkend hoeveel wordt aangesmeten tegen politieke prietpraat. En zal je potverdrie net zien dat door zo’n cocaïnesnuiver met een wapen in een Rotterdamse tram die hele campagneplanning in de soep loopt. Behalve die van meneer Baudet, die nog maar eens benoemt dat die snuiter helemaal niet op straat had moeten zijn! Kan vervolgens het hele circus daar weer over struikelen: lekker indreunen op de boodschapper, niet op de boodschap zelf…. ook al lag er een dode op straat.

2 dagen later: meneer Baudet haalt een verpletterende overwinning. En de politiek-correcte hel breekt los: verdachtmaking en oproepen tot moordpogingen… En we zijn geen stap dichter bij elkaar gekomen.

Toch nog maar even terug naar de onderwijsstaking van 15 maart jl. Ongetwijfeld zal het gezellig geweest zijn, op het Malieveld. Maar ook: als je, voordat je thuis bent gekomen, al weet dat het kabinet geen centimeter wil opschuiven is het duidelijk dat dit niet helpt. Dat is ook logisch.

Wat moet de politiek met werkdruk? In een sector waar het meeste (!) geld naar toegaat? Waar vorig jaar een loonsverhoging van maar liefst een ruime 8% naar toeging (wie kan dat ook zeggen in dit land?). Waar publieke diensten als politie en defensie met nog grotere kopzorgen ook aan de politieke poorten staan? Een land waar men staat te springen om allerlei personeel als loodgieters, bouwlieden, ict’ers, zorgmedewerkers enz.enz? Waar inelk beroep de druk hoog is om te presteren?

Nee, het balletje ligt ook, en misschien wel vooral, bij onderwijsmensen zelf, dat is nu wel duidelijk. Pak daarom de koe bij de horens en verminder met elkaar je eigen werkdruk (kijk naar de suggesties uit mijn vorige blog).