Onderwijsisleuk

Educatieve kater

april 15, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

De staat van het onderwijs 2019

Het is weer april. In die maand kunnen we het rapport van de onderwijsinspectie tegemoet zien….: De staat van het onderwijs.
What’s in a name, zou je kunnen denken (maar goed, niet meteen al te negatief insteken). Vorig jaar had ik nogal wat kritiek op de ronkende taal en het volslagen gebrek aan waarmaken daarvan.

Voordat ik dit jaar eens wil kijken naar de inhoud van het flinke boekwerk, dat de onderwijsinspectie dit keer produceerde wil ik graag eerst wat geschiedenis boven halen. Geschiedenis is een mooi vak. Je kijkt naar het verleden en probeert o.a. te ontdekken welke lering tot welk gevolg heeft geleid.
In 2008 produceerde de Tweede-Kamer-commissie ‘Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen’ het rapport ‘Tijd voor onderwijs’. De commissie had hiervoor flink onderzoek verricht in het onderwijsveld. Nu is het interessant om, met de conclusies van dit onderzoek in de hand, eens te kijken naar het nieuwe rapport van de Onderwijsinspectie. Daarbij is de vraag belangrijk welke effecten uit het rapport van de commissie-Dijsselbloem’ vindbaar zijn in dit rapport.

Nemen jullie me nu niet kwalijk dat ik het commissierapport hier niet integraal vermeld (je zou er een hele avond zoet mee kunnen zijn). Ik heb wel de hoofdconclusies hieronder opgesomd, maar je zult zelf met de samenvatting nog even op zoek moeten naar de onderliggende oorzaken.

De commissie concludeerde in grote lijnen dit:

-De overheid heeft kerntaak, namelijk het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, ernstig verwaarloosd:
– Op dit moment is er grote onrust binnen het onderwijs en toenemende maatschappelijke zorg over de onderwijsresultaten
– De overheid heeft zich, soms tot in het klaslokaal, bemoeid met de didactiek.
Zowel voor het herstel van het maatschappelijk vertrouwen in het onderwijs, als voor het herstel van het vertrouwen vanuit het onderwijs in de overheid, is een nieuwe, heldere afbakening van verantwoordelijkheden dringend noodzakelijk.

Mbt onderwijsvernieuwingen stelt de commissie:

  • Analyse van problemen schoot tekort
  • Grote risico’s genomen met kwetsbare leerlingen
  • Verantwoordelijke bewindslieden vertoonden een tunnelvisie
  • Politiek draagvlak belangrijker dan draagvlak in onderwijs
  • Overeenstemming met het onderwijsveld werd bereikt met de beroeps vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Zij leken daarbij dichter bij de politiek te staan, dan bij hun eigen achterban. 
  • Docenten, ouders en leerlingen onvoldoende gehoord in ‘onderwijspolder’
  • Veel beleidskeuzen werden bepaald door het financiële kader
  • Parallelle ingrijpende veranderingen doorkruisten de vernieuwing
  • Didactische vernieuwingen werden als verplicht ervaren
  • Forse aanpassing in regelgeving achteraf
  • Te veel waarde gehecht aan goede positie Nederland op internationale ranglijsten
  • Wetenschappelijke onderbouwing ‘nieuwe leren’ ontbreekt grotendeels
  • De wijze van invoering ‘nieuwe leren’ risicovol

De samenvatting van dit rapport uit 2008 kun je vinden op:
https://www.parlement.com/9291000/d/svrapportonderwijs.pdf

Laat ik, voordat ik morgen verder ga, nog even wat personen bij hun naam noemen, zodat het ons niet ontgaat wie we tegenwoordig ook nog ‘in het circuit’ tegenkomen:

In 2008 kwam je ook deze personen tegen:
Minister van Onderwijs: Ronald Plasterk, met secondant André Rouvoet
Halbe Zijlstra, Min Onderwijs vanaf 2010
2001-2007: Mr. drs. Kete (Catharina) Kervezee (1948), hoofdinspecteur onderwijs
Michel Rog, voorzitter OCNV (2008-2012)
Walter Dresscher, voorzitter Aob in 2008
En ook toen had je de zogenaamde ‘Onderwijsspecialisten’ ….
Bij het ‘bestuderen van’ komen we deze mensen weer tegen (waarbij blijkt dat politiek kortzichtig is).

In het volgende blog loop ik ‘De staat van het onderwijs 2019’ door, met in het achterhoofd de conclusies van de commissie Dijsselbloem… Proef de conclusies van de commissie eens. Kijk wat je herkent….
Eens kijken of het zin had, zo’n Parlementair Onderzoek….

april 7, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Het kan verkeren

Ruim een etmaal geleden heb ik jullie deelgenoot gemaakt van mijn ervaringen in Friese streken, alwaar de koude wind mij tot het bot verkleumde.

Ik wil er nu wat aan toevoegen. Mijn respect voor èchte Friezen is daar, in Bakkeveen, gegroeid. Torenhoog. Wie in zo’n streek kan wonen en dan geen spier vertrekt: dat is nog eens karakter! Nu begrijp ik ook dat zo’n slag volk zich temidden van langsrazend verkeer op een snelweg begeeft om softe zwarte-piet-bestrijders de doorgang te blokkeren. IJskoud zijn ze, die bewoners van onze noordelijke streken!

Inmiddels ben ik weer op eigen honk. Vandaag zit ik wèèr buiten. De zon warmt mijn nog steeds koude gestel op tot behoorlijke temperaturen (hoop ik). Ondertussen dwalen mijn gedachten nog even terug naar gisteren, naar Bakkeveen.

Nog nooit in mijn leven ben ik op zo’n grote spullenmarkt geweest. Mijn eigen prullen besloegen nog geen 0,01 % van het totaal. Files en files bekropen het Bakkeveense, anders een oord van koude rust. Van heinde en ver trokken (ook buitenlandse) volksstammen voorbij, die in Fries, Duits, Engels en zelfs Nederlands zich goederen lieten aansmeren, dan wel lang gezochte spullen vreugdevol opdiepten om er daarna grof geld voor te betalen. Dat laatste helaas alleen bij buurkramen.

Tot op het bot verkleumd, hoestend en blaffend, mocht eindelijk het restant weer aan kant, en vertrok ik huiswaarts. Nog amper het Bakkeveens grondgebied verlaten bleek daarbuiten de zon te schijnen.

Nu zit ik in mijn tuin, mij warmend aan de zon. Ik kan mij nog steeds niet aan de gedachte onttrekken dat ik mij gister op een verkeerde plek bevond: Bakkeveen. Zou het daar aldoor zo stervenskoud zijn?

april 6, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Relatiebinding op de spullenmarkt…

Daar sta je dan. Zaterdagochtend 05.15. Brood smeren. De vrouw heeft tot actie opgeroepen: naar de rommelmarkt! In Bakkeveen. Geen idee waar dat oord van haar verrukking moet liggen. Ik ben slechts auto-in- en uitpakker, en daarnaast chauffeur.

07.15 uur. Ik weet waar Bakkeveen ligt. Niet in Gelderland dus. Ergens tussen de Friesche Heidegronden. En daar is een openlucht-markt. En geen marktje, zeg. Het lijkt er op dat heel Nederland z’n zolder opruimingen hier aan de man brengt. Tjonge, jonge: honderden kleedjes met meer of minder troep (en… spullen).

Daar sta je dan. Op je vrije zaterdagmorgen in de binnenlanden van Bakkeveen. Een kleed vol spullen en een koude wind. 8 uur in de ochtend. En de vraag of je niet van lotje getikt bent. Op je vrije zaterdagochtend…

Ik bedenk me om 8 uur, als mijn kleedje ook gelegd is: ik had nu in mijn warme bed kunnen liggen. En dan straks een eigen ontbijtbuffet klaarmaken.

Maar ik zit dus nu in Bakkeveen. Op de spullenmarkt. Met mijn vrouw, dat wel. En dat is ook wat waard. En zo eindig ik dan ook: samen gezellig op de spullenmarkt in Bakkeveen!

maart 31, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Kolder in de kop

Misschien ken je het wel. Rij je rustig op de rechterstrook van een Duitse autobahn. In de achteruitkijkspiegel zie je in de verte een stip, dus denk je: ik kan nog wel inhalen. Net als je bedaard je vinger op het pookje van de knipperlichten drukt zie je een flits, en daarna nog slechts een stipje in de verte. Wat was het? Een Porsche, een Ferrari?
Die belevenis….

Ik ben aan het werk in de tuin. De zon schijnt, de vogeltjes fluiten, tussen mijn vingers door glipt een worm snel weg. Vaag gaan er wat werk-muizenissen door het hoofd. Plotseling verschijnt er van links een schaduw, die daarna rechts weer wegschiet. Wat was dat?
Ah, de kat. Het beest heeft weer eens de kolder in de kop. Van links naar rechts knalt ie door de tuin, onder struiken, met een sprint het huis en de gordijnen in…. Compleet gestoord.
Na nog een rondsnelgang staat ze hijgend naast me stil, met zo’n blijk van: ‘Zag je me? Knap, he?’

Dat vraag ik me nu af. Zou het werkdruk zijn? Enne… is dat dan over als je een rondje om de school rent? Of heeft het beest, net als ik, last van muizenissen (dat is best voorstelbaar bij een kat, toch?), en rent het daarom zo hard rond?
Loopt het misschien bij de Bond van Vrije Siamezen ook niet goed en vallen er gedwongen ontslagen? Is er soms sprake van een kat met ADHD? Of is het beest boos om reacties op social media?

Waarom ik dat noem? Als je ziet welke bagger politici over zich heen krijgen op Twitter… Als je leest hoe mensen al scheldend anderen de mond snoeren… Je zou bijna denken dat heel Nederland inmiddels in de gordijnen zit….
Twitter, Zoover, Facebook, etc: ik denk dat ik in hoog tempo mijn interesse in meningen van anderen aan het verliezen ben….

maart 26, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Ik weer….

Zal ik beginnen met: zie je wel? Flauw. Dat doe je niet. Toch?

Afgelopen week: een boeiend gebeuren, zo’n verkiezing. Peilingen vooraf, opkomst voldoende?, praatjes-voor-de-vaak, spotjes op TV… verbazingwekkend hoeveel wordt aangesmeten tegen politieke prietpraat. En zal je potverdrie net zien dat door zo’n cocaïnesnuiver je hele weekplanning in de soep loopt. Behalve die van meneer Baudet, die nog maar eens benoemt dat die snuiter helemaal niet op straat had moeten zijn! Kan vervolgens het hele circus daar weer over struikelen: lekker indreunen op de boodschapper, niet op de boodschap zelf…. ook al lag er een dode op straat.

2 dagen later: meneer Baudet haalt een verpletterende overwinning. En de politiek-correcte hel breekt los: verdachtmaking en oproepen tot moordpogingen… En we zijn geen stap dichter bij elkaar gekomen.

Toch nog maar even terug naar de onderwijsstaking van 15 maart jl. Ongetwijfeld zal het gezellig geweest zijn, op het Malieveld. Maar ook: als je, voordat je thuis bent gekomen, al weet dat het kabinet geen centimeter wil opschuiven is het duidelijk dat dit niet helpt. Dat is ook logisch.

Wat moet de politiek met werkdruk? In een sector waar het meeste (!) geld naar toegaat? Waar vorig jaar een loonsverhoging van maar liefst een ruime 8% naar toeging (wie kan dat ook zeggen in dit land?). Waar publieke diensten als politie en defensie met nog grotere kopzorgen ook aan de politieke poorten staan? Een land waar men staat te springen om allerlei personeel als loodgieters, bouwlieden, ict’ers, zorgmedewerkers enz.enz? Waar inelk beroep de druk hoog is om te presteren?

Nee, het balletje ligt ook, en misschien wel vooral, bij onderwijsmensen zelf, dat is nu wel duidelijk. Pak daarom de koe bij de horens en verminder met elkaar je eigen werkdruk (kijk naar de suggesties uit mijn vorige blog).


maart 17, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

de kater van 15 maart

Daar stonden ze dan: 40.000 onderwijsmensen op het Malieveld in Den Haag, op 15 maart. Petjes, fluitjes, spandoeken en een hoop lawaai. En modder! Teken aan de wand.
Want welke illusie kun je hebben bij een derde onderwijsstaking? Staken voor minder werkdruk en meer salaris, terwijl er al heel wat geld naar het onderwijs toekwam… Terwijl ook politie, brandweer, defensie en al die andere publieke diensten meer willen…Terwijl zorg en pensioenen en klimaatafspraken op het wachtlijstje staan?

Natuurlijk heeft de overheid het onderwijs flink te pakken gehad. Al vanaf 1983, met de invoering van de HOS. Met het verdwijnen van de MO-opleidingsstructuur. Met de basisschool, WSNS, bemoeienis met inhoud van onderwijs, met het afnemen van arbeidsvoorwaarden als de interimregeling en de BAPO, met het intrekken van regelingen als spaarloon… Met het invoeren van Passend Onderwijs op een koopje…

Maar hebben de onderwijsbonden hierbij dan geen boter op hun hoofd? zaten zij niet steeds bij cao-onderhandelingen? Waarom wijzen zij steeds naar Den Haag?
En hebben we al die jaren ook niet steeds zelf staan toe te kijken?

Daar ligt ook de oplossing. Stop met toekijken. Modder niet langer aan. Wijs niet langer naar Den Haag. Kom voor jezelf op, in plaats van Den Haag te bezoeken.
Last van werkdruk? Stop dan met dagen die langer duren dan 8 uur.
Stop met taken die kinderen niet helpen. Doe geen administratie voor een ander, als het kinderen niet verder helpt. Werk niet in avonduren (de notaris, de huisarts en de dominee doen dat ook niet meer). Accepteer niet dat er bezoek in je klas zit, dat leidt maar af en geeft druk (ja, ook de inspecteur mag wegblijven). Je kunt vast aanvullen.

Oh ja: het helpt alleen als je met tenminste 100.000 man doet. Want daar zijn ze in Den Haag sterk in: verdeel en heers.

maart 2, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

Drukte

Je kunt geen krant of vakblad open slaan of het gaat wel over werkdruk. In het onderwijs. vooral in het basisonderwijs.
Wat hebben we het druk, zo met elkaar. Over werkdruk. Is dat nu druk gedoe of gedoe over drukte?

Er zijn zo gemiddeld twee richtingen.
Er is een partij die het vooral heeft over ‘ervaren’ werkdruk, en dat die per persoon heel verschillend is. Je hoort dit soort taal vooral onder bestuurders, directeuren en dergelijke. Zo schuift men het probleem op het bordje van de individuele docent. Die vervolgens vroeg of laat of opstapt of met een burn-out thuis komt te zitten. Of de rest van zijn of haar carriere verzuurd klaagt over…. werkdruk. En leerlingen.
De andere partij klaagt over werkdruk. Door de week en in het weekend. Dat zijn dan meestal de ‘slachtoffers’, de docenten die klagen over werkdruk en… Ja, over die bestuurders en directeuren die er niets van snappen. Oh ja: en over de onderwijsinspectie.

Nu worden de klagers, de docenten, opgeroepen om op 15 maart weer op te trekken naar Den Haag. Staken. Staken om de minister duidelijk te maken hoe hoog de werkdruk is. Dan gaan daar in Den Haag de spandoeken in de lucht, fluitjes in de mond, en trekken we al zingend en dansend, met lachende gezichten, door de stad.

Nu is dat volgens mij wel het stomste om te doen.
Allereerst zal het bekende feestelijk vertoon niet echt de indruk wekken dat er sprake is van veel en vermoeiend werk. Eerder het tegendeel. Het zal eerder de gedachte aan een verlaat uitbarsten van carnaval doen denken.
Kijk. Als je nu eens allemaal in het zwart gekleed, met hoge hoeden op, beschreven grafkisten meezeulend (waarmee je aantoont dat onderwijs ten grave wordt gedragen): misschien dat je dan enige indruk nalaat bij het winkelend publiek en de NPO. Als dat al het geval is, want na 15 maart is het weekend, en zul je niets meer horen van die onderwijsstaking.

Er is nog een reden waarom het stom is. Je moet namelijk na 15 maart op de 18de gewoon weer aan de slag. Er is dan helemaal niets veranderd. Geen vermindering van werkdruk. In het voorgaande weekend heeft de minister lekker uitgeslapen en de pers gemeden, en het publiek heeft lekker gewinkeld en zo. Daar sta je dan maandag weer op je school; voordat je begint kun je het nog even fijn hebben over je ervaren werkdruk, en dan is alles weer zoals het de donderdag ervoor ook al was. Leuk uitje naar Den Haag. Op eigen kosten misschien, want de Onderwijsbond CNV doet niet mee (die praten nog met de minister, en dat zal vast weer uitruil van arbeidsvoorwaarden betekenen).

Stom is het, omdat het niets aan je werkdruk verandert. Je zult het zelf moeten doen, met je collega’s. Reken niet op de bonden (welke dan ook). Alles wat ze hebben bereikt in 25 jaar is WSNS, uitruil arbeidsvoorwaarden voor salaris, minder salaris, weg BAPO, weg interimregeling, etc.

Wil je minder werkdruk? Dan moet je minder doen voor je salaris.
Is je werk teveel voor 8 uur op een dag? Dan moet je werk schrappen.
Waarom moet jij in de avonduren communiceren met ouders? Doen de tandarts of de notaris dat ook met jou buiten werktijd?
Waarom zou je administratief werk doen dat niet bijdraagt aan de kwaliteit van je werk, of aan het leren van je leerlingen? Daar ben je toch voor aangesteld?
Waarom zou je op moeten komen draven voor vergaderingen in de avonduren, zonder dat de baas dat op een fatsoenlijke manier compenseert? Denk je dat werknemers in bedrijven dat ook doen?
Waarom prioriteer je met je collega’s niet wat belangrijker is: een feestje of sport met de leerlingen, of nutteloos administreren?
Waarom zou jij ’s nachts wakker moeten liggen voor een leerling, die niet goed past in het Passend Onderwijs op jouw school, terwijl je directeur, bestuurder en de minister er even lekker om doorslapen?

Als je klaagt over werkdruk moet je niet een ander vragen er wat aan te doen en ondertussen gewoon door buffelen. Dat helpt niet.
Een dagje staken helpt ook geen barst.
Spreek af met je collega’s wat er bij jouw professioneel werk hoort. Doe dat.
Weiger de rest tot je arbeidsvoorwaarden passend zijn gemaakt, en Passend Onderwijs is afgeschaft.
Daarover de volgende keer meer. In elk geval: mij zul je op 15 maart niet in Den Haag zien, en ook niet bij de stakers. Ik werk. En daarna ben ik op tijd thuis voor het toetje….

februari 10, 2019
door Rein Sybesma
Geen reacties

2019: jaar van de professie

Eindelijk: een mooie week voor het onderwijs en de onderwijsmensen….
Mijn week begon met de ontvangst van een blog van de basismeester, die duidelijk maakt dat ‘wij in het onderwijs’ best professioneel gedrag mogen vertonen om te zorgen dat werkdruk naar beneden gaat, hij stelt dat dat niet vanzelf gaat, en dat geklaag ook geen oplossing biedt. Helemaal mee eens!
Een tweede heuglijk feit: de CITO-eindtoets wordt niet opnieuw de enige graadmeter, zo sprak de Kamer in een motie uit.
Wat mij betreft pakken scholen ook hier weer de regie terug van de onderwijsinspectie (smeedt het ijzer, als…). Toetsing kan maar één doel hebben: weten wat de stand van zaken is, zodat goede keuzes voor het vervolg kunnen worden gemaakt. Die keuzes zijn breder dan extra rekenen, extra taal, extra spelling, extra lezen etc, zoals het nu vaak wordt toegepast.
Maar het goede houdt nog niet op.
‘De Luizenmoeder’ is gestart met het tweede seizoen. Zo konden we meteen al weer hilarisch om ons wereldje lachen.
En: zondag 10 februari een item in Nieuwsuur, waarin werd aangetoond dat het ouderwetse rekenen betere resultaten oplevert, er bleek zelfs een leraar te bestaan die er rond voor uit durfde te komen dat hij kinderen op de ouderwetse manier leerde rekenen. Gelukkig! Ook hier blijkt dat bemoeizucht van de overheid bestreden moet worden.

Heerlijk! Gaan we dan toch eindelijk onze ruimte op eisen? Doen wat we geacht worden te doen: goed onderwijs geven?

juni 28, 2018
door Rein Sybesma
Geen reacties

Nieuw inspectietoezicht…

Sinds enkele jaren weten we dat de onderwijsinspectie een nieuw toezichtskader heeft ontworpen. Hier en daar  is er eerst proefgedraaid, sinds 1 augustus 2017  is dit vernieuwd toezicht van start.
Mijn eerste verwachtingen waren hoog gespannen, immers: eindelijk zou het toezicht meer gericht worden op de ontwikkeling van leerlingen. Ontwikkeling in de breedste zin.

Ik ben bang dat ik mijn verwachtingen moet bijstellen. Naar beneden. Waarschijnlijk worden met nieuwe woorden oude beginselen uitgevoerd. Natuurlijk verandert er het nodige.
Het toezicht begint bij de besturen; zij moeten laten zien dat het systeem van kwaliteitszorg op orde is.
Scholen moeten nu in nieuwe schoolplannen ambities uitwerken, meer verbanden leggen, etc. etc. De norm voor basiskwaliteit is dat een bestuur en zijn scholen voldoen aan de deugdelijkheidseisen rond de onderwijskwaliteit, de kwaliteitszorg en het financieel beheer.

En daarmee zijn we weer op het niveau van voor het vernieuwd toezicht, als is er dan één ding in elk geval wel anders: eerst is een bestuur aan de beurt, en mocht daar het nodige niet op orde zijn, dan kan de inspectie beslissen ook één of meerdere scholen bezoeken.
Maar: het blijft controle…

Ik waag het er maar op: de inspectie heeft niets geleerd van al die ‘Staat-van-het-Omderwijs’-rapporten. 20 jaar lang daalt de onderwijskwaliteit al langzaamaan (stelt de inspectie!); 20 jaar lang heeft het controlesysteem dus niet geleverd wat nodig was (in wiens ogen eigenlijk); nu worden de duimschroeven nog verder aangedraaid….

Dit gaat niet helpen. Niet tegen de stress van opbrengstendwang (alsof leerlingen kippen zijn die eieren moeten leggen, liefst zoveel mogelijk). Niet tegen de verslechteringen van die opbrengsten. Niet aan het gebrek aan werken aan talent. Niet aan kinderen die voor eigen bestwil niet in standaardklassen moeten worden gepropt.

Het gaat zeker wel wat opleveren:
– hoger ziekteverzuim bij leerkrachten
– meer thuiszitters, want steeds strenger op toetsen
– meer rapporten over de dalende kwaliteit.

Helaas moeten we nog jaren wachten op de eerste beoordeling van de onderwijsinspectie als geheel. Want ja: wie inspecteert de inspectie? Wie durft de juiste vragen te stellen? Onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer? Laat ons niet lachten… De minister? Die wil waar voor zijn geld, in plaats van inspectie als hulp… De opleidingen, met hun vragen over een noodzakelijk curriculum voor de basisschool?

 

juni 27, 2018
door Rein Sybesma
Geen reacties

Dalende prestaties. Feiten of fabels?

De boodschap van het rapport is over de hele linie (wat betreft basisonderwijs) duidelijk: de prestaties dalen. Aan de hand van welke cijfers dat dan precies wordt vastgesteld? Want het is immers nogal een boude stelling te beweren dat de prestaties dalen, als je de referentiecijfers niet bij de hand hebt.

Om dat duidelijk te maken pak ik er maar een voorbeeld bij. Als ik de groei van het wagenpark wil weten, dan stel ik eerst vast wat het referentietijdstip is waarop ik ga meten, de zogenaamde nulmeting. Van dat moment af kan ik dan vaststellen of er groei of krimp is, in welke mate, en of er sprake is van fluctuatie in die groei. Natuurlijk snap ik dat dit wel een iets harder cijfer is, maar je begrijpt: zonder referentietijdstip en -maat is het moeilijk vast te stellen of er groei of krimp is.
Kijk ik naar de resultaten van het rapport, dan moet ik eerst hard zoeken naar dat referentieniveau; en daarnaast moet dat ook nog voor elk vak als hard niveau worden vastgesteld. Wel: waarschijnlijk kan ik niet zo goed studeren, want ik kan die keiharde basiscijfers niet vinden, en al helemaal niet eenduidig.
Wat ik wel weet is dat alle cijfers, die genoemd worden, gebaseerd zijn op steeds wisselende basiscijfers. Wie immers gaandeweg het onderzoeken de normen steeds aanpast weet op zeker moment niet meer wat gemeten en vergeleken wordt.
Voorbeeld? Laten we dan eens kijken welke M-toets groep 5 Rekenen/Wiskunde van CITO werd afgenomen in februari van het jaar 2007, en met welke normering de scores werden berekend. Vervolgens doen we datzelfde met de M-toets groep 5 Rekenen/Wiskunde van het jaar 2017.
Stel nu dat we de toets uit 2017 eens zouden berekenen met de score-tabellen van de toets uit 2007, welke score levert dat dan op? Zien we dan ook dezelfde trend van achteruitgang? Of is er geen verschil in wat we gemeten hebben? Dan hebben we met elkaar vastgesteld dat de verschillende normeringen geen verschillende waarderingen hebben
Of: is het niet mogelijk de toets van 2017 te berekenen met de scoretabellen van 2007? En als dat inderdaad niet zo is, waar baseert de inspectie dan de berekening van achteruitgang op?
Natuurlijk weten we in de praktijk best wat er gebeurd is. In de jaren ’90 van de vorige eeuw was het met het rekenonderwijs op de PABO’s niet best gesteld, met als gevolg dat twintig jaar later niet elke leerkracht een goede rekeninstructie kan verzorgen (en, inspecteurs, geloof me: je hebt de vaardigheid of je hebt die niet).
Vervolgens werd in het begin van dit millennium besloten realistische rekenmethoden in te voeren. Wat dat voor effect heeft op het basisniveau in groep 8 kan elke ervaren rot je vertellen. Een deling van 23.655.542 door 236 uit het hoofd is er tegenwoordig niet meer bij. (Is het niet de inspectie die besloten heeft een onderzoek te doen naar rekenonderwijs, maar daarbij niet te willen kijken naar realistisch rekenen?).
In 2014 werd besloten Passend Onderwijs in te voeren. Een ordinaire bezuinigingsoperatie, die vooral ten koste is gegaan van leerlingen, die beter en effectiever onderwijs hadden moeten hebben in kleine groepen, met veel meer aandacht voor hun specifieke belemmeringen. Nu is het effect dat veel van deze leerlingen langdurig in groepen verblijven waar ze in verdrinken, onvoldoende aandacht krijgen, steeds verder achterop raken, demotiveren (en misschien ook nog gedragsproblemen gaan vertonen). En: leerlingen die al lijden aan gedragsstoornissen hebben een negatief effect op de rest van de groep.

Laat ik nu dit soort feiten niet benoemd zien in dit rapport. De inspectie rept wel van het feit dat Passend Onderwijs nog geen succes is, maar onthoudt ons de negatieve gevolgen, net zo min als de andere zaken niet benoemd worden (dan wel versluierd). En: ik hoor het graag als ik onjuistheden poneer…. Reageer maar.